We zitten buiten in de schaduw aan een onlangs kaalgeschuurde tafel onder het genot van een bak koffie de achtergronden te bespreken, als een grote stationcar bij het pand parkeert. ,,Zijn jullie al open?’’, roept de uitgestapte bestuurder. ,,Kun je nog spullen gebruiken?’’ Dat aanbod laat Coen niet passeren. ,,Jazeker, kom maar!’’