,,Het mooie is dat het gebied voor wandelaars vrij toegankelijk is
,,Het mooie is dat het gebied voor wandelaars vrij toegankelijk is", benadrukt Van den Bremer. Frits van Breda

Unieke natuur langs PON-lijn

Tellingen: 246 soorten planten

LEUSDEN Leden van de KNVV, de vereniging voor veldbiologie, telt in de regio 130 leden. Arie van den Bremer, geboren en getogen in Leusden, is coördinator van een werkgroep die zich vooral bezighoudt met planten. Elk jaar zoeken de vijftien leden van de groep naar een interessante locatie waar ze vegetatieonderzoek kunnen uitvoeren. Vorig jaar viel hun oog op de Pon-lijn, de voormalige spoorverbinding tussen Amersfoort en Kesteren.

Frits van Breda

Wat de amateur-veldbiologen op het traject vonden was verrassend. In totaal werden er bijna 250 verschillende planten geteld. De conclusie van de KNVV is dan ook dat de gemeente Leusden met de voormalige spoorlijn een uniek stuk natuur op haar grondgebied heeft met een hoge biodiversiteit. ,,Het mooie is dat het gebied voor wandelaars vrij toegankelijk is", benadrukt Van den Bremer.

De geschiedenis van het spoorlijntje begint al in de negentiende eeuw. Op 18 februari 1886 werd het traject Amersfoort-Kesteren door de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij (HESM) geopend. Kesteren, gelegen in de Betuwe, was tot 1940 bereikbaar. De spoorbrug bij Rhenen werd door de Nederlandse militairen opgeblazen en nooit meer opgebouwd. Het resterende deel van de spoorbaan naar Amersfoort leed vervolgens een zieltogend bestaan. De natuur kon vrijuit haar gang gaan. Alleen het traject Amersfoort-Leusden wordt nog bijna dagelijks gebruikt voor het transport naar Pon. PRO-rail heeft de niet meer in gebruik zijnde spoorlijn al enige tijd geleden verkocht aan aangrenzende grondeigenaren. Sinds 2016 is bijna het gehele traject tussen Pon en Woudenberg (ca 2300 meter) in eigendom en beheer van Stichting de Boom. De provincie heeft het aangewezen als ecologische verbindingszone.

Samen met Remco Jousma, opzichter bij Stichting de Boom, hebben de leden van de KNNV gespeurd naar de verscheidenheid aan planten in het gebied. De resultaten waren verrassend. De spoorbaan bleek aangelegd te zijn op een fundering van zand en grind. Voor een deel kwam dat uit de diepe sloten naast de baan, maar er moet ook grond van elders zijn aangevoerd, luidde hun conclusie. Het hoogteverschil bedroeg soms drie meter en meer. De weilanden en akkers liggen ook duidelijk lager. Daarmee is ook een bijzondere situatie voor de vegetatie ontstaan, van zeer nat tot zeer droog.

In overleg met de provincie heeft de stichting een beheerplan opgesteld om het unieke natuurgebied te behouden. Als er niets zou gebeuren is het hele traject in tien jaar tijd veranderd in een gemengd bos. Nu is afgesproken dat er ook in de toekomst een strook van zo'n vijftien meter breed 'droog schraalgrasland' wordt gehandhaafd. Aan de noordzijde van de baan komen bomen met daaronder een houtwal. De andere kant blijft zoveel mogelijk vrij om ruimte te laten voor oeverbegroeiing als bramen, brem en riet. De gedachte erachter is dat deze zuidkant wordt opgewarmd en ruimte biedt voor insecten, ringslangen etcetera.