KNIPOOGJE


Ongemanierd

Had deze week een verbaasde schilder aan mijn keukenraam met gladgelakte kozijnen. ‘Hûh? Een kopje koffie, meneer?' Dat had schilder Jos al lang niet meer gehoord. Hij keek even om naar zijn collega, maar ook die schudde het verbaasde hoofd. Het is echt waar, het kopje koffie is niet meer.

De mannen bedankten voor mijn service en zochten een half uurtje later hun warme toevlucht bij de van thuis meegebrachte thermosfles. Ik aanschouwde de koffiepauze op straat ongezien vanachter ons slaapkamerraam en nu was het mijn hoofd dat schudde. Van verbazing, inderdaad. Ik ben geen ouwe lul, namelijk. En al helemaal niet te goed voor deze wereld. Waar zijn onze beleefdheden en goede manieren gebleven? Ten prooi gevallen aan populisten en narcisten of werden ze geslachtofferd bij de verruwing, verhuftering en verharding van de maatschappij?

Met mijn 52 lentes - 36, als je snel kijkt - ben ik weliswaar aan de herfst van het leven begonnen, maar de neus staat nog steeds naar voren. Terugkijken en mijmeren kan straks wel. Nee, ik blijf graag bij de tijd, want vroeger was niet alles beter. Aan de andere kant: die nieuwe tijd doet ook wel eens pijn.

Het waren slechts twee kopjes Nespresso die ik de winterschilders aanbood, maar ineens werd ik daar geconfronteerd met een maatschappelijke spiegel. De koffie, ongeacht voor schilders, glazenwassers of dakdekkers, is niet meer van deze tijd. Liever hebben we geen contact en houden we de ketting op de voordeur in plaats van het touwtje uit de brievenbus, bang gemaakt voor babbelaars en allerhande deurventers. Liever hamsteren we suiker dan het te lenen bij de buren. En vergeet het groeten in het voorbijgaan, want liever tellen we stoeptegels. Hm.. Zouden die mondkapjes en anderhalve meter misschien een straf zijn voor de ongemanierde samenleving? Nee, stop het complot denken.

Het is die gepolariseerde huftermaatschappij die me af en toe naar de strot grijpt, waarbij de koffiedik als een metafoor wordt voor de zwarte ziel van de tijdgeest. Dit is de tijd waarin we de conducteur mishandelen, ambulancerijders uitschelden en bejaarden beroven. Zó zijn onze manieren! Gewoon omdat het kan, gewoon omdat iedereen het doet.

Vroeger, toen uw columnist nog jong was, werd ook in Leusden gezongen en gefloten in de straat, had de slagersjongen nog een opera paraat en alle venters hadden eigen aria's…


Oei, ik merk dat er een mijmerende geest in mij begint te dolen. Dat is niet de bedoeling. Dus laten we afspreken dat schilderaar Jos en zijn bouwvakgenoten, op welke willekeurige steiger in Leusden dan ook, morgen op uw kop koffie kunnen rekenen. U krijgt er een glimlach voor terug. En voor je het weet klinkt op elke steiger weer een lied, van Paljas of Jeruzalem. (Herman van Veen, Hilversum 3).

[Marco Bosmans
[bosmans@xmsnet.nl