Thijs Barendregt en Zemir Dukadjinac volgen de HBO-opleiding Management in de zorg.
Thijs Barendregt en Zemir Dukadjinac volgen de HBO-opleiding Management in de zorg. PR

'Achter de voordeur kijken'

Onderzoek naar problemen ouderen

LEUSDEN In Leusden leven zorgen over toenemende vereenzaming onder ouderen, overbelaste mantelzorgers en mensen met beginnende dementie. Wie zijn dat en waar zouden zij meegeholpen zijn? Helaas blijven zij nog te veel onder de radar, door ontkenning, angst voor teveel bemoeienis of gewoon, omdat zelf hulp zoeken moeite kost. Ze ‘piepen' dus niet.


Wachten we als zorgzame samenleving tot er uiteindelijk wél ‘gepiept' wordt, wat feitelijk te laat is, of komen we eerder in actie? Om tijdig een tekort aan welzijn of zorg te kunnen signaleren, zou je ‘achter de voordeur' willen kijken. Daarom hebben de thuiszorgorganisaties de afgelopen maanden vragenlijsten uitgezet onder thuiswonende ouderen die van hen huishoudelijke hulp ontvangen. Daarin werd een aantal eenvoudige vragen over onder meer de gezondheid, mobiliteit en sociale contacten gesteld.


VRAGENLIJSTEN Centraalzorg heeft inmiddels ruim 150 geanonimiseerde vragenlijsten laten analyseren door twee stagiairs (Thijs Barendregt en Zemir Dukadjinac) die de HBO-opleiding Management in de zorg volgen. Wat valt op? Eigenlijk al deze cliënten hebben een verminderde vitaliteit. Ongeveer 75 procent ondervindt beperkingen in het dagelijks leven door verminderde lichamelijke beweeglijkheid. Daarnaast ervaart 50 procent een matige of slechte gezondheid en doet ongeveer 50 procent niet meer zelf de boodschappen. Zo'n 25 procent wil graag (meer) deelnemen aan activiteiten in de buurt. Driekwart is alleenstaand, dus er is ook geen partner die bijspringt.


VERBOUWEN OF VERHUIZEN En als er wel een partner is, hoe vaak gaat het dan om een overbelaste mantelzorger? Rond 15 procent van de alleenstaanden is niet alleen beperkt in de beweeglijkheid en doet niet zelf de boodschappen, maar heeft ook nog een matige of slechte gezondheid en relatief weinig sociale contacten. Zijn dit signalen van vereenzaming en hoe staat het met hun eetpatroon?

Binnen een andere groep, rond 20 procent van het geheel, die nog wel zelf de boodschappen doet, maar problemen heeft met de gezondheid en de beweeglijkheid, vraagt een kwart zich af hoelang nog in de eigen woning te blijven. Of toch liever verbouwen? De vrouwen willen liever verbouwen, de mannen verkiezen verhuizen. Schuiven zij deze lastige keuze nog maar even voor zich uit?!


BEHOEFTE AAN GESPREK Ook een groepje alleenstaande ‘krasse knarren' valt op, gemiddeld tegen de negentig, met goede tot redelijke gezondheid en soms wat in hun beweeglijkheid beperkt. Zij hebben echter wel moeite met het zelf doen van boodschappen en eten koken. Meestal hebben zij geen andere hulp. Hoe lang gaat dat nog goed?


Zo leveren de vragenlijsten voldoende signalen op, die aanleiding kunnen zijn tot verdere actie. Bovendien geeft 15 procent geeft aan met iemand over zijn eigen situatie te willen praten. Dan geldt niet meer: 'Als wij niks horen, dan doen we niks'. Er kan actie ondernomen worden, maar dan moet dat wel gebeuren.