KNIPOOGJE

KNIPOOGJE


Lentelust

Krabbelde ik vorige week, bij een lekkere kom huissnert, op deze pagina nog iets over ijsbanen en ijsmeesters, deze week gaat het over… ijsbanen en ijsmeesters. Nee, geen schaatsen en rayonhoofden dit keer, maar de ultieme lentepret. Het is ineens 20 graden warmer, waardoor Leusden smacht naar zonnestraaltjes en een schepje Pistacchio of bolletje Stracciatella van André en Jelle. André en Jelle hebben sinds eind 2019 de heerlijkste gelateria op De Biezenkamp: Fyn Ys. Dus wanneer de winter zich van zijn zonnige, zachte kant laat zien, druk ik mijn neus lentelustig tegen de vitrine… Eh.. tegen de deur van de ijssalon. Wat krijgen we nou: de salon is dicht, de vitrine is leeg! Waar zijn de ijsmeesters als je ze nodig hebt?

Mevrouw Bosmans begrijpt het wel. Ieder seizoen mag dan zijn herauten hebben, één zwaluw maakt nog geen lente, zo is haar credo. En twee zwaluwen ook niet, trouwens. Nee, mevrouw Bosmans is niet meer in de Heer, maar hecht wel aan de IJsheiligen. Het was ook daarom dat ze het planten van bloeiers, het wisselen van ons dekbed en het schoonmaken van de barbecue deze week iets te voorbarig vond. En mijn korte broek met blote mouwen? “Mwoah. Misschien is die tijd voorgoed voorbij, schat.” Ach, eerlijkheid is de basis van ons huwelijk.

Met lange pijpen zocht ik derhalve het buitenleven, deze week. En ik was niet de enige op de Leusder paden en lanen. ‘Goedemorgen,’ klonk het links en rechts, om vervolgens de anderhalve diameter in acht te nemen in het voorbijgaan. Het is een normale passeerbeweging geworden. Alleen Jochie heeft maling aan de coronabeperkingen. Snuffelen aan pieletjes en poepertjes doet hij uitsluitend op z’n hondjes: van heel dichtbij. En wanneer riemen elkaar daarbij kruisen, is het hek van de coronadam en komen baasjes nader tot elkaar. Ongepaste intimiteiten, oeps.

Mijn schrijverij bracht me deze week ook tussen andere beestjes, in Dierenpark Amersfoort. Het klinkt vreemd misschien, maar wist u dat sommige parkdieren de bezoekers missen? Ze hebben zich door de jaren heen een andersoortige biotoop aangewend, een leven mét mensen. Alleen nu even niet. En dus waren de rollen omgedraaid en werd ik nieuwsgierig begluurd.
Iets soortgelijks overkwam mij ook bij een (werk)bezoek aan Het Concertgebouw in Amsterdam. Daar wordt nog steeds prach-ti-ge muziek gemaakt, maar zonder publiek. En dat zijn de noten niet gewend. Publiek blijkt namelijk de beste akoestiek, 1974 mensen bij voorkeur. Welk een magische, heilige plek is dat!

Over heilig gesproken. Terug in Leusden kan ik in het zonnetje niet anders dan aftellen naar Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius. Naar zwaluwen, bloeiende tuinen en barbecueën. Naar de heropening van dierentuinen en concertzalen. En naar André en Jelle, met hun heerlijke (ijs)banen.


Marco Bosmans, bosmans@xmsnet.nl