
‘Ik verkondig het [evangelie op klompen’
24 februari 2021 om 12:41Het melkveebedrijf van Henco van Zijtveld (59) is prachtig gelegen tussen De Glind en Achterveld. Naast een groot hart voor zijn koeien, stroomt het ook over van het evangelie. Hij was drieëntwintig jaar ouderling in de Hervormde Gemeente Barneveld. Met deze functie in de kerkenraad stopte hij eind vorig jaar toch vrij onverwacht.
Er staat hier een lange, oude kerkbank in de woonkamer. Hoe komt u daaraan?
,,Die komt uit de Oude Kerk in het centrum van Barneveld. Ze wilden daar iets meer ruimte creëren. Je kon bieden op een bank. Dat hebben we gedaan, want ik ben in die kerk gedoopt en opgegroeid.”
[Terwijl u formeel niet in Barneveld woont, maar in De Glind.
,,Mijn opa en oma zijn in 1931 van de Scherpenzeelseweg naar de Helweg in De Glind verhuisd en in die boerderij woon ik nu zelf met mijn vrouw. De derde generatie dus, terwijl de vierde generatie - onze zoon - vlak naast ons woont.”
[Hoe vond u de kerk als kleine jongen?
,,Het hoorde erbij. Ik was al vroeg een gelovige jongen. Er werd bij ons open over het geloof gesproken. Mijn vader was vele jaren ouderling en ik schijn vroeger gezegd te hebben: ‘Ik wil net als papa boer en ouderling worden’ (lacht). Zo is het ook gegaan. Ik heb de Hoge Agrarische School in Dronten gevolgd, maar wilde er altijd graag iets anders naast doen. Daarom deden we veel in het jeugdwerk en later werd ik lid van de kerkenraad. Daar ben ik in december 2020 mee gestopt. Ik moest eigenlijk nog een jaar, maar de laatste periode van vier jaar heb ik niet volgemaakt.”
[U was al jong gelovig en actief bij de jeugdvereniging. Waarom was u daar zo door gegrepen?
,,Ik denk dat mijn ouders een goed voorbeeld waren op geloofsgebied. Mijn moeder was hier heel open over. Dat deed ze op een positieve manier, want ze sprak niet over een straffende God. Meer van: ‘Hij houdt van je’. Mijn vader was een stille man, maar heel oprecht. Dat besef je later nog meer, want vijf jaar geleden is hij overleden. Ik heb zijn trouwring om mijn vinger, naast die van mijn vrouw Rita. Zij komt trouwens van oorsprong uit Zoetermeer, ook van een agrarisch bedrijf. Ze verhuisde naar Woudenberg. We hebben elkaar ontmoet tijdens een jongerenkamp.”
[Men zegt weleens dat je ervaring met je eigen vader heel bepalend is voor hoe je naar God de Vader kijkt. Denkt u dat ook?
,,Toen hij was overleden, heb ik in de kerk nog iets over hem gezegd. Dat ik veel van hem hield en dat er misschien mensen in de kerk zaten die daar jaloers op waren. Want zij kunnen een negatief beeld van hun eigen vader hebben. Maar God de Vader is volledig te vertrouwen.”
[Hoe kwam het dat u als ouderling een jaar voor die tijd toch de handdoek in de ring gooide?
,,Drie jaar geleden wilde ik toch wel graag in de kerkenraad blijven. Ik werkte in het pastoraat en bezocht veel mensen in mijn eigen omgeving, die ik lange tijd kende. Dan ging ik ’s ochtend na het werk op de fiets met m’n bijbeltje achterop bij mensen op de koffie. Dat vond ik fijn om te doen, want tijdens de gesprekken gebeurden er best mooie dingen. Maar het kerkenraadswerk omvat nog meer, ook op organisatorisch vlak. En ik kreeg van huis uit een flink verantwoordelijkheidsgevoel mee. Je doet mee in de kerk en de samenleving. Zo heb ik jaren stukjes in de kerkbode geschreven, want dat lag me wel en dat was leuk om te doen. Maar een paar maanden geleden merkte ik dat het te pittig werd. De keuze om er dan mee te stoppen was moeilijk, want je bent er helemaal mee vergroeid en denkt dat je niet gemist kunt worden.”
[Welke houding is belangrijk om ouderling te zijn?
,,Dat je jezelf kwetsbaar en open op durft te stellen. Dan zie je dat het hart van de mensen die je bezoekt ook open gaat en ben je soms heel beduusd van wat ze je durven te vertellen. Je probeert de mensen aan te voelen, maar je moet ook iets van jezelf laten zien. Je kunt niet met goedkope antwoorden komen. Hier in het buitengebied zijn er veel mensen die vanouds gewend zijn om naar de kerk te gaan. Ze geloven meestal in God de Schepper en dat zit vaak heel diep, maar ze praten er niet zo gemakkelijk over. Bovendien heb je als volkskerk een brede rand met leden die je nauwelijks in de diensten ziet. Maar ze zitten in de kaartenbak, dus is het mooi dat je naar ze toe kunt gaan. Soms gebeurt er iets in hun leven en dan willen ze graag over het geloof praten.”
[Gaat u dan ook samen in gebed?
,,Ja, ook al zijn ze soms niet zo betrokken bij de kerk, toch vinden ze dat meestal wel fijn. Ik had eens een gesprek met iemand in de tuin en die man zat er echt doorheen. Als je dan een hand op zijn schouder legt en een paar zinnen bidt, geeft dat kracht. Zo geef je woorden aan wat iemand van binnen beleeft, want bij God kun je altijd terecht. Dat geeft steun en verbinding met elkaar.”
[Waarom denkt u dat God bestaat?
,,Omdat Hij dat laat zien als je naar buiten kijkt. Naar de natuur, maar ook als je naar de mensen kijkt. Dat is een wonder. Maar ik ervaar vooral dat God bestaat als ik naar Jezus kijk. Het klinkt wat evangelisch, maar als ik de Bijbel lees, ben ik fan van Jezus. Hij kwam voor ons en dat vind ik geweldig. Ik vraag me weleens af wat Hij zal vragen als ik straks voor Hem kom te staan. Al veertig jaar ben ik druk op de boerderij. Dat is mooi geworden en daar ben ik dankbaar voor. Maar zal God aan me vragen of ik weken van zestig uur heb gemaakt, een beste koppel koeien heb gehad en het gazon altijd netjes heb gemaaid? Dat lijkt soms zo en dat vinden mensen vaak heel belangrijk. Maar ik denk dat Hij alleen maar zal vragen of ik geloof of de Here Jezus ook voor mij is gekomen en of ik dat in mijn leven heb laten zien. Ik ben ook heel benieuwd hoe Jezus eruit zal zien, wanneer we Hem gaan ontmoeten. Het mooiste in de hemel is dat Hij daar is!”
[Wat dat betreft woont u aan een straat met een merkwaardige en onheilspellende naam: de Helweg.
(lacht) ,,Dat heeft daar niks mee te maken. De hel betekent dat hier vroeger zeer natte grond was. Hel betekent gewoon ‘laag stuk’.”
[Ik las een stukje dat u schreef en dat ging over vloeken. Is het niet zo dat niet-gelovigen meer respect krijgen voor christenen als ze een liefdevol leven leiden, in plaats van dat ze anderen erop wijzen wanneer zij vloeken? ‘Word geen naprater’ zie ik weleens op een groot bord in de weilanden. Dat doet toch wel denken aan een opgeheven vingertje…
,,Daar houd ik niet zo van, terwijl veel mensen het niet eens meer zo in de gaten hebben dat ze vloeken. Als dat gebeurt, zou je tegen ze kunnen zeggen dat ze de naam gebruiken van Iemand van wie je veel houdt.”
[Hoe gaat u in het bedrijf met de natuur en dierenwelzijn om?
,,We zijn geen biologisch bedrijf, want anders zouden we het niet redden. Maar dierenwelzijn staat bij ons en veel andere boeren hoog in het vaandel. Want als de dieren zich goed voelen, loopt het bedrijf beter. Als je ze zou verwaarlozen, wordt dat minder. Vroeger was ik een driftig mannetje. Als het werk dan niet helemaal lukte, kregen de dieren ervan langs. Tijdens de pinksterdienst van 2020, die online plaatshad, heb ik gezegd dat ik het als een knipoog van de Geest zie, dat ik die driftigheid niet meer heb. Dat zie ik als een proces, een vrucht van het geloof. Wanneer een boer altijd met een stok rondloopt tussen de koeien en je komt als vreemde in zijn stal, dan merk je dat in hun gedrag. Het heeft invloed. Als het goed is vertrouwen de dieren je en zijn ze rustig.”
[Voelt u zich nog steeds thuis in de Hervormde Kerk?
,,Ik las pas een uitspraak van iemand die zei: ‘Ik ben ongeneeslijk hervormd’. Zo erg is het niet bij mij. Ik heb veel achter de schermen gekeken en dan zie je dat er best iets aan mankeert. Tegelijkertijd zijn we een brede gemeente geworden en vonden er ontwikkelingen plaats, ook met nieuwe liturgieën voor diensten. In het begin heb ik geholpen om hier vorm aan te geven. Dit gaf een extra schwung en hierdoor zijn we ons weer meer thuis gaan voelen. Het was een geweldige ervaring om de ruimte te voelen je geloof te beleven. Afgelopen zomer zijn er ook openluchtdiensten gehouden. Die waren prachtig.”
[Hoe beleeft u de coronacrisis?
,,We zijn met de neus op de feiten gedrukt. In zekere zin vind ik dat niet verkeerd. We hebben niet alles zelf in de hand, al gaat het me te ver om te zeggen dat dit een oordeel van God is. Je merkt wel dat mensen in verwarring zijn, op sociaal gebied. De crisis kost veel geld, maar we leven nog steeds in een welvarend land. Zelf heb ik wel tijden met mijn bedrijf meegemaakt dat we niet zo makkelijk de facturen konden betalen en dat is niet zo bevorderlijk voor je geloofsleven. Dan ga je tobben, dat is je menselijke kant. Welvaart kan afbreuk doen aan je afhankelijkheid aan God, maar armoede brengt je niet altijd dichter bij Hem”.
[Hebben buitenstaanders soms niet in de gaten dat boeren met financiële problemen worstelen, terwijl het bedrijf er aan de buitenkant mooi uitziet?
,,Daar heb je wel een punt. Boeren hebben ook de neiging om hier niet mee te koop te lopen. Het verschilt nogal per sector. We gaan vanuit de kerkenraad ook op bezoek bij mensen met deze problemen, ook boeren die geen lid van de kerk zijn. Dan ga je naast ze staan.”
[In de hal staat een katholieke bidstoel en daarboven hangt een mooie foto van uw hele gezin. Dat zijn uw vrouw, vijf kinderen, aanhang en vier kleinkinderen. Gaan ze ook allemaal naar de kerk?
,,Nee, dat doen ze niet allemaal”.
[Vindt u dat pijnlijk?
,,Jawel. Al zullen ze vermoedelijk ‘ja' zeggen als je aan hen vraagt of ze in God geloven. Je probeert ze mee te geven wat je het belangrijkste in je leven vindt, en daarna moet je het loslaten. En je mag als ouders kijken naar de doop van je kinderen. Dat geeft ons houvast, want God zegt dat Hij met je kinderen iets is begonnen. Als ze later een andere weg gaan, moeten we onderscheid maken tussen naar de kerk gaan en persoonlijk geloven. Van oudsher denken we dat het geloof afhangt van het bezoeken van kerkdiensten, maar het geloof zit in je hart. Voor ons is geloven zonder kerkgang moeilijk voor te stellen, maar de nieuwe generatie is anders. De basis van Gods liefde hebben onze kinderen meegekregen. We zullen altijd voor hen bidden en veel liefde aan hen geven. Ik heb er vertrouwen in dat er voor hen ruimte is bij God.”
[U doet moeite om jongeren in het geloof te interesseren door hen te benaderen in een keet. Hoe is die opzet precies?
,,Naast het huis hebben we een oud bakhuisje, waar we een keet van hebben gemaakt, waar jongeren komen. Toen ik zelf twintig jaar was, ging ik naar het open jeugdwerk van Kompas. Daar kwamen veel jongeren, maar dat bestaat niet meer. We kunnen hen nu moeilijker bereiken. Dus bedachten we een manier om hen te vinden op de plek waar ze zelf graag zitten. Met onze kerk hebben we het initiatief van de ‘KerkKeet’ genomen. Het is een combinatie van een vuurtje, bbb (Bijbel, boodschap, bidden) en iets drinken. We zoeken een locatie in de buurt, waar een keet is en daar zoeken we de jongeren op. Ga er maar gewoon tussen zitten en drink een biertje mee, want dit slaat aan. Het is laagdrempelig. Met de jeugd die in onze keet komt, hebben we goed contact, al ligt het nu in de coronatijd stil.”
[Welk lied vindt u erg mooi?
Ik vind Psalm 84 in de versie van Psalmen voor Nu mooi: ‘Wat hou ik van Uw huis’. Ook het lied ‘Aan Uw voeten Heer’ vind ik prachtig. Dit is een Opwekkingslied. Tijdens een kerstdienst heb ik daar bij de kribbe iets over gezegd: ‘Als je alles afdoet, kun je met lege handen knielen bij de kribbe van Jezus.”