Molukkers Jan Lawalata en Michel Patty waarderen het gebaar, maar uitsluitend een excuus vinden zij een te dun boetekleed.
Molukkers Jan Lawalata en Michel Patty waarderen het gebaar, maar uitsluitend een excuus vinden zij een te dun boetekleed. Marcel Koch

‘Onze ouders [voelden zich vernederd']

Als aanvulling op het burgemeestersvoorstel zien beide Molukse Leusdenaren liefst dat er om de vijf jaar een herdenking plaatsvindt in de gemeenten waar Molukse wijken zijn gevestigd. Te beginnen in 2021. Plus dat er in het onderwijs blijvend aandacht wordt geschonken aan de Molukse geschiedenis. Patty: ,,Nodig hiervoor Molukkers van de derde -en vierde generatie uit om het Molukse verhaal in de klas te vertellen. Op die wijze zal het beter beklijven.’’ Lawalata onderstreept: ,,Onze geschiedenis moet inclusief worden. Los daarvan was mijn eerste reactie op de oproep: beter laat dan nooit. Het zal veel pijn weghalen bij de jongste generatie. Ik vind het een betekenisvolle stap.’’

HISTORISCH BESEF We zijn thuis bij Lawalata (78). ‘Bung waar ga jij zitten?’, vraagt Patty (70) aan de gastheer die zojuist vanuit de keuken de woonkamer binnenstapt met een kan koffie in zijn hand. Bung (letterlijke vertaling: broer) is in de Molukse cultuur een respectvolle aanspreekvorm tegen een ouder iemand. Lawalata spreekt op zijn beurt Patty aan als Nus afgeleid van zijn doopnaam Marthinus.

Beide Molukkers willen graag hun verhaal vertellen, want het historisch besef van de Nederlander over de Molukse geschiedenis, weten zij, is gering. Patty, oud-docent in het VMBO: ,,Het gekke is dat kinderen op school wel leren wanneer de Romeinen Nederland binnenvielen en dat de slag om Nieuwpoort in 1600 was, maar wie Molukkers zijn, waar ze vandaan komen en waarom ze hier zijn, wordt in geen enkel schoolklas onderwezen.’’

Lawalata: ,,En dat terwijl we hier toch al zeventig jaar zijn.’’

,, De oproep van burgemeesters zal veel pijn weghalen en is een betekenisvolle stap

PERMANENT In de hitte van de strijd vochten ze in naam van de Nederlandse koningin tegen het Indonesische Leger, maar eenmaal aangemeerd in Nederland, nu 70 jaar geleden, wachtten de Molukse beroepsmilitairen en hun gezinnen een kil ontvangst.

Daar hun verblijf tijdelijk zou zijn, werden de 12.500 Molukkers gehuisvest in voormalig interneringskampen (Westerbork, Vught), kloosters en oud-kazernes. Maar de provisorische opvang mondde uit in een permanent verblijf wat ertoe leidde dat er vanaf begin jaren ‘60 Molukse woonwijken ontstonden binnen een reeks van gemeenten.

Pas na 1956 mochten de Molukkers zich op de arbeidsmarkt begeven, maar 60 procent van de verdiensten moest aan de Nederlandse staat worden afgestaan.


Het zette de relatie met de Molukkers nog verder onder druk. Sterker nog: de onrechtvaardige behandeling – belofte op een snelle terugkeer gebroken, collectief ontslag uit het leger – had de Molukkers tot op het bot gekrenkt. ,,Onze ouders voelden zich vernederd. Heel hun leven hebben ze met hun hart en ziel in de Molukken en Nederlands-Indië gezeten, waardoor ze hier niet voorbereid en toegerust waren op een bestaan in Nederland’’, aldus Lawalata die op foto’s van vroeger zijn ouders zelden ziet lachen. ,,Heimwee speelde veel Molukse gezinnen parten, ook in ons gezin. Vooral mijn moeder huilde regelmatig. Behalve een rijk leven had ze haar familie achtergelaten.’’ Patty: ,,Onze ouders waren destijds twintigers, feitelijk hebben zij hún ouders maar kort gekend.’’

Het aangedane leed uit het verleden voelen Lawalata en Patty nog dagelijks. Patty – soms geëmotioneerd - verwoordt het zo: ,,In 1951 kwamen we lichamelijk aan op de kade van Rotterdam, maar in wezen vielen we tussen wal en schip. De Nederlandse regering zat met ons in de maag.’’ Lawalata weet nog goed dat bij aankomst in Rotterdam een hoge Nederlandse officier vanaf een briefje voorlas dat zijn vader en diens broeders uit militaire dienst waren ontslagen. ,,We waren nota bene nog niet eens van boord! De mededeling kwam totaal onverwacht. Ik hoorde de mannen in het Maleis stevig vloeken.’’


GAARKEUKEN Dat was op 15 juni 1951. Lawalata was toen 8. Op de dag van vertrek vanuit de haven van Semarang op het eiland Java beviel zijn moeder nog van een baby. ,,Met de boot van het Rode Kruis werd zij met de pasgeborene aan boord gehesen, via een touwladder.’’ Patty was destijds 8 maanden oud toen hij samen met zijn ouders en zus aankwam en ondergebracht werd in voormalig concentratiekamp Vught.
,,Ik vond het er als kind schitterend. Het kamp lag middenin de bossen, speelplekken genoeg. Ik herinner mij vooral het dagelijkse gemarcheer en het hijsen van de vlag wat officieel verboden was. Er was een school, een kerk, een postkantoor en een Nederlandse bewaker die alles in de gaten hield. Eten kregen we uit de gaarkeuken, Hollands eten ja, voor het eerst at ik jam. Hoe de sfeer was? Vooral in het begin waren er onderling spanningen wat tot lijfelijke gevechten leidde, en moest de politie ingrijpen.’’ Lawalata: ,,In Vught zaten niet alleen Ambonezen, maar ook Keiezen uit Zuidoost-Molukken die voelden zich niet verwant met en gelijkwaardig aan Ambonezen. Zij zijn later naar elders verplaatst.’’


Patty: ,,Over het algemeen heb ik mij er geborgen gevoeld. Ik vond het minder comfortabel worden toen we buiten het kamp gingen wonen. Vooral de stap naar het voorgezet onderwijs ervoer ik als een enorme overgang, voor het eerst bewoog ik mij dagelijks tussen Nederlanders. Klas 1 en 2 heb ik gedoubleerd. Op latere leeftijd ging het mij beter af, mede door toedoen van mijn Nederlandse vrouw die mij onvoorwaardelijk steunde.’’

,, In 1951 kwamen we lichamelijk aan op de kade van Rotterdam, maar in wezen vielen we tussen wal en schip

AUTORITAIRE OPVOEDING De familie Lawalata (13 kinderen) had Kamp Vught al in een veel eerder stadium verlaten. ,,We waren met z’n vijftienen thuis en dat was in zo’n kleine barak geen doen. We werden overgeplaatst naar een kamp in Middelburg, maar een jaar later kregen we via een notarisvrouw een huis In Middelburg toegewezen. Qua ruimte was dat een stuk beter, hoewel het er in de wintermaanden steenkoud was, centrale verwarming ontbrak.

In Zeeland waren relatief veel Molukkers ondergebracht en omdat mijn vader legerpredikant was, bleven we met hen in de kampen in contact. Ik ging dikwijls met hem mee. Ik heb een goede jeugd gehad, pas later besef je wat je ouders is aangedaan.’’


Over zijn schooltijd: ,,De Molukse jongens kregen steevast het advies om naar de LTS te gaan en de meisjes naar de huishoudschool. Hier kwam Nederland in de rol van kolonisator weer om de hoek kijken: ‘wij bepalen wat goed voor jullie Molukkers is.’ Mijn vader pikte dat niet en eiste dat ik naar het HBS ging. Zijn alledaagse preek: je doet niet onder voor een Nederlander en doe vooral je best, want bij een terugkeer naar de Molukken kun je van waarde zijn bij de opbouw van ons land. Die instelling werd er bij ons thuis wel ingeprent, ja. Het werd de HBS dus en later studeerde ik aan de Vrije Universiteit en Sociale Academie.’’


Patty kende eveneens een autoritaire opvoeding. ,,Mijn vader eiste dat je je best deed op school. Ik was als de dood voor hem en heb de nodige lijfstraffen moeten ondergaan waar je nu de kindertelefoon voor zou bellen. Uiteindelijk heb ik de Pedagogische Academie gedaan en MO Nederlands. Of mijn vader trots was? Gek genoeg heeft hij het mij nooit rechtstreeks gezegd, maar naar de buitenwacht toe schepte hij wel over mij op.”

Bij Lawalata was het niet anders.

WANHOOP Nederland werd in de jaren zeventig opgeschrikt door treinkapingen (De Punt en Wijster) en gijzelingsacties (ambassade Den Haag, basisschool Bovensmilde) uitgevoerd door Molukse jongeren van de tweede generatie. Zij vroegen hiermee andermaal aandacht voor hun vrijheidsideaal – streven naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. ,,Je moet die acties in de context zien’’, benadrukt Lawalata. ,,De jongeren waren wanhopig geworden. Ze kwamen nadrukkelijk op voor hun beschadigde ouders. Natuurlijk betreur ik dat er doden zijn gevallen.’’

,, Je kan niet hopen op een beter verleden, maar wel bouwen op een hoopvolle toekomst

Volgens Patty waren de jonge Molukkers het zat om niet gehoord te worden door de regering. ,,Jarenlang was er in Den Haag gedemonstreerd zonder dat het enig effect sorteerde. Wij waren feitelijk lucht voor de overheid. Als men had toegegeven dat er fouten waren gemaakt in het verleden, hadden wij daarmee kunnen dealen. Ik weet nog goed dat er een demonstratie was in Eindhoven en mijn vader verontwaardigd was dat ik daar niet bij was. De regering heeft altijd gedacht: tijd heelt alle wonden, dat is een verkeerde inschatting geweest. Feit is dat de Molukkers geen enkel perspectief in de toekomst werd geboden.’’

GRENSOVERSCHRIJDEND Lawalata: ,,Ten tijde van de gijzelingsacties werd door een aantal Molukkers voor IKON tv verklaard dat de gijzeling van de school niet door de beugel kon. Een afvaardiging van de Molukse Christen vrouwenbond is toen zelfs naar school gegaan en heeft daar een beroep op de actievoerders gedaan, om de bezetting te beëindigen.’’

In de jaren na de gijzelacties speelde Lawalata als consulent bij stichting ICCAN, een landelijke Moluks-Nederlandse instelling voor samenlevingsopbouw, een voorname rol met het oprichten van zelforganisaties en het herstellen van de verstoorde relatie. Trotse blik: ,,Je kunt niet anders concluderen dat de Molukkers zich nadien uitstekend hebben geïntegreerd in de samenleving.''

Kort daarna verwijst Lawalata naar een artikel uit de Volkskrant waarin melding wordt gemaakt van het onlangs verschenen boek ‘Role models, 70 Molukse succesverhalen'.

Hij citeert: ,,Je kan niet hopen op een beter verleden, maar wel bouwen op een hoopvolle toekomst."

w Dit verhaal was eerder al te lezen op Leusder Krant.nl Premium. Steun ons werk, blijf op de hoogte en word lid door deze code te scannen met een mobiele camera:

Michel Patty: ‘De Nederlandse regering zat met ons Molukkers in de maag.’
Afbeelding
Afbeelding