COLUMN
19 mei 2026 om 11:08Duisternis
Ik was bij vrienden op bezoek geweest in ’t Vliet. Buiten viel de avond, binnen was het gezellig. We keken naar een vage Italiaanse film waarin twee orgels een hoofdrol hadden. Wijntje erbij. Dat was wel nodig, want de film nam het niet zo nauw met de werkelijkheid. Een vrouw is bezig met het restaureren van een oud orgel, maar gaat erg onvoorzichtig met de orgelpijpen en andere onderdelen om. En ze draagt geen handschoenen, wat onuitwisbare vlekken op de metalen pijpen kan veroorzaken als je ze met je handen beetpakt. Daardoorheen geweven zit een al even bizar liefdesverhaal en een zinloze moord.
Toen ik om een uur of half elf naar huis liep, was de sfeer buiten bijna net zo onwerkelijk als in de film. De straatverlichting deed het niet. Het viel me op hoe donker het dan is. Vanaf de Randweg, ter hoogte van onze roemruchte flitspaal (zou die het wel doen als er een stroomstoring is), keek ik in een donker gat, waar ik de bocht naar de Middenweg vermoedde. Automobilisten hadden het ook door en reden langzaam.
Ik had behoefte om iemand deelgenoot te maken van mijn verwondering en daarom stuurde ik mijn vrouw een appje met de tekst ‘De straatverlichting doet het niet. Heel apart’.
In de hoge flats van de Linieweg brandde hier en daar licht in woonkamers. Dat zag er gezellig uit. Ik besloot via de Valleilaan naar huis te lopen. Een personenauto reed me tegemoet op het moment dat ik wilde oversteken. Omdat ik ervan overtuigd was dat de chauffeur me niet zou zien, wachtte ik in de berm voordat ik naar de overkant ging.
Zo moet het zijn geweest in oude tijden. De mensheid heeft het eeuwen- en eeuwenlang zonder (straat)verlichting moeten doen. En ik zag in tegenstelling tot de oertijd nog her en der licht. Aan de huizen zaten van die lampen die aanfloepen als je langs loopt. Aan sommige huizen zaten lampen die doorlopend aanstaan.
Op de Hondsdraf zag ik bijna recht voor me een fel licht, dat me min of meer verblindde. Toen ik dichterbij kwam, zag ik wat het was. Op muur van de stal van kinderboerderij ‘De Dierenvallei’ zat een lamp die fel brandde. Als de straatverlichting het gewoon had gedaan, zou het me waarschijnlijk niet zijn opgevallen.
Ook al is er een zebrapad op de Asschatterweg naar het Reigerpad, ook hier wist ik zeker dat de persoon achter het stuur van de aankomende auto me niet kon zien. Dus bleef ik voor de zekerheid bij de stoeprand wachten. Hij of zij minderde inderdaad geen vaart. Als ik had doorgelopen, was de auto zeker tegen me aan gereden.
Ik checkte mijn telefoon. Mijn vrouw had m'n bericht gelezen en had me een bericht teruggestuurd: allemaal plaatjes met gloeilampen, zaklantaarns, kaarsen en olielampjes. ,,Ik steek wat lichtjes voor je aan'', schreef ze erbij. Die boodschap verlichtte mijn laatste meters naar huis.
Peter Sneep, pjsneep@gmail.com