Duivenmelker is nu ‘duivencoach’

2 november 2011 om 00:00 Achtergrond

Het ‘klokken’ van de duiven door een rubberen ring op een apparaat te leggen waardoor de tijd van aankomst werd vastgelegd bestaat niet meer. Tijdwaarneming gebeurt nu elektronisch. Ook wordt niet meer gesproken over duivenmelkers maar over ‘coaches’. ,,Een terechte benaming’’, vindt Ton van Valkengoed. ,,Je moet je duiven echt coachen om ze in goede conditie te houden en te motiveren om snel weer naar huis te komen.’’

LEUSDEN - De Postduivenhouders Vereniging Leusden (PVL) wordt al bijna 25 jaar bestuurd door voorzitter Ton van Valkengoed. De 23 leden tellende vereniging kent wel een aftreedrooster voor bestuursleden maar de voorzitter wordt steeds weer herkozen. De vereniging werd op 24 september 1974 opgericht. Sinds die tijd is er veel veranderd in de duivensport. door Frits van Breda

Het is bekend dat duiven al door de oude Romeinen en Grieken gebruikt werden voor het versturen van berichten. De postduivenhobby zoals we die nu nog steeds kennen is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Men kwam op het idee om duiven te gaan kweken die snel naar hun hok zouden terugkeren. Vervolgens ging men wedstrijden organiseren om vast te stellen welke duif het snelste was. De hobby verspreide zich snel over de rest van Europa en wordt nu nog in een groot deel van de wereld beoefend.

Zo’n 40 jaar geleden waren er in Amersfoort zes postduivenverenigingen. De Leusdense ‘liefhebbers’, zoals de beoefenaren van de duivensport ook wel genoemd werden, waren verspreid over de verenigingen in Amersfoort. ,,Een heel gedoe’’, herinnert Valkengoed zich. Het gezin woonde in Stoutenburg, zijn vader hield postduiven. Als er een duif terugkwam van een wedstrijdvlucht werd de ring van de poot gehaald en moest Ton of een ander familielid als een speer op de fiets naar Amersfoort om de ring te laten klokken bij de vereniging. Een eigen klok had vader Valkengoed toen niet.

Een tiental Leusdenaren dat in dezelfde situatie verkeerde vond elkaar en richtte de PVL op. De club groeide uit tot een vereniging met 45 leden. Door de vergrijzing en de dalende belangstelling bij jonge mensen is het ledental geslonken tot 23. Het oudste lid is 78, het jongste lid is 33 jaar.

De vereniging startte in een opgeknapte varkensschuur tegenover de RK kerk aan de Hamersveldseweg. Later verhuisde men naar een andere schuur even verderop.

Met hulp van de gemeente werd er in 1985 een plek gevonden op het Jan Banninkpark achter het huidige jongerencentrum de IJsbreker. De houten gebouwen waarin de gemeentewerf gehuisvest was, kwamen beschikbaar en werden op de huidige plek van de vereniging neergezet. Later werd het hout vervangen door baksteen

Zelf heeft Ton van Valkengoed op dit moment 30 duiven in de hokken achter zijn woning aan de Arnhemseweg. Hij kent elke duif, enkele opvallende duiven heeft hij een naam gegeven. Van de andere duiven kent hij het nummer dat ze vanaf een week na de geboorte bij zich dragen in de vorm van een niet verwijderbare ‘voetring’. Elke liefhebber heeft zo zijn eigen idee hoe hij een duif moet coachen om hem weer snel thuis te krijgen. Bij de kenners is er een lopende discussie wie er sneller vliegen: de doffers (mannetjes) of de duivinnen. Veertig jaar geleden werd er uitsluitend met doffers gevlogen. ,,Ik heb zelf meer succes met duivinnen’’, aldus de enthousiaste voorzitter.

Ook over de beste manier om duiven te motiveren om snel terug te keren op de thuisbasis lopen de ideeën uiteen. Zelf houdt Ton het op het ‘weduwenspel’. De doffers en duivinnen verblijven in gescheiden hokken. Vlak voor het vertrek naar een wedstrijd mogen de doffer en zijn vrouwtje maximaal 10 minuten bij elkaar. De duivencoach hoopt daarmee te bereiken dat de duivin gemotiveerd is om snel terug te keren. Na terugkomst mogen man en vrouw als beloning één dag bij elkaar. Daarna worden ze weer gescheiden in afwachting van een volgende vlucht.

Het komt voor dat een duif niet terugkeer op zijn honk. Slecht weer, roofvogels of andere omstandigheden kunnen hiervan de oorzaak zijn. Toch heeft iedere duivenliefhebber wel zijn verhaal over ‘zijn’ duif die na een lange periode alsnog terugkeerde. Een duif van Ton Valkengoed kwam zelfs na een jaar afwezigheid terug.

De ouderwetse ring die geklokt moest worden is vervangen door een chip die de duif bij zich draagt. Door het passeren van een antenne in de thuisbasis wordt de precieze tijd opgenomen en geregistreerd in een speciale ontvanger. De afstand tussen de plaats van lossing en het hok wordt tot op de centimeter nauwkeurig gemeten. De tijd wordt tot op de seconde nauwkeurig geregistreerd. Op deze manier kan de gemiddelde snelheid van de duif worden vastgesteld. Een duif vliegt gemiddeld 80 km/uur maar kan bij een stevige wind in de rug oplopen tot zo’n 130 km/uur.

De wedstrijdvluchten worden door de landelijke organisatie uitgeschreven. De PVL heeft daarnaast ook eigen wedstrijdjes. In het begin van het jaar gaan de leden naar een speciale duivenmarkt in België. Iedereen koopt daar een duif waarvan hij denkt dat het een snelle is. In de loop van het jaar worden dan wedstrijden gehouden om te zien welke ,,Belgische duif’’ het snelst is. Het clubhuis neemt een centrale plaats in voor de leden. Na elke vlucht komt men bij elkaar om de elektronische ontvanger in te leveren en de uitslagen af te wachten. In de wintermaanden wordt er regelmatig een kaartavond belegd.

u Meer informatie is te vinden op de site van de Nederlandse Postduiven Organisatie www.np.nl.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie