Afbeelding
Ab Donker
Column

Lievelingsbal

Column

Meestal als ik na een vergadering - deze keer van het Leusder Kerkblad - thuis kom, ga ik even relaxen. Deze keer vroeg mijn vrouw mij meteen of ik bij het bruggetje van het Reigerpad in de sloot wilde kijken of de voetbal van onze achtjarige zoon daar langs de kant dreef. En zo ja, of ik die dan uit het water wilde vissen. Want hij was ontroostbaar verdrietig. Het was zijn onvervangbare lievelingsbal. Ze hadden geprobeerd de bal eruit te krijgen, maar hij bleef midden in de sloot liggen en er was geen stroming. Misschien lag hij nu aan de kant. Maar nu moest hij naar bed.

De brug van het Reigerpad. Daar was ik vanuit de Marcuskerk net langsgelopen. Ik had niks gezien, maar ik had mijn aandacht ook niet bij slootjes of ballen. Na enig zoeken zie ik de oranje-witte bal langs de kant in het water liggen. De oever gaat vanaf het water eerst een halve meter recht omhoog en begint pas daarna te glooien. Bovendien is de waterkant tamelijk dicht begroeid met grote struiken en stevige bomen.

Hoe krijg ik die bal eruit? Ik vind een lange dunne stok, waarmee ik probeer de bal tegen de steile kant omhoog te rollen. Maar dat lukt niet, mede doordat ik telkens bijna mijn evenwicht verlies en in het water dreig te kukelen.

Ik bedenk een ander plan. Ik ga op mijn buik liggen en schuifel voorzichtig naar de waterkant. Als ik ver genoeg ben, klem ik me met mijn voeten vast om een struik. Zo kan ik niet verder doorglijden.

Mijn armen blijken net te kort om de bal te pakken. Nu komt die dunne stok toch nog van pas. Daarmee krijg ik grip op de bal en ik kan hem pakken. Ik gooi ‘m achter me neer.

Het volgende probleem dient zich aan. Ik probeer overeind te komen, maar dat lukt niet. Ik krijg gewoon mijn hangende lijf niet in beweging. Eerst maar even op adem komen, denk ik. Ondertussen hoor ik achter mij voetgangers en fietsers over het Reigerpad passeren. Kennelijk zien ze me niet, want niemand regeert op mijn aanwezigheid.

Na een minuutje durf ik opnieuw en het lukt me terug te schuiven en overeind te komen. Ik zit onder de modder en bladeren. Mijn hand bloedt. Her en der doet mijn lijf zeer. Als ik via de Krooneend richting huis loop, komt mijn vrouw me tegemoet. ‘Ah, heb je hem al’, zegt ze enthousiast. ‘Ga hem maar gauw laten zien, want zoon ligt in bed te huilen.’

Met de nog natte bal loop ik zijn kamer in. Hij heeft zich verstopt onder zijn groene dekbed. Ik hou de bal omhoog en wacht. Dan komt hij tevoorschijn. Hij kijkt en ik zie ongeloof (‘het kan niet waar zijn’) op zijn smalle gezicht.

‘Dankjewel papa, ik ben er heel blij mee. Heel fijn’, stamelt hij, terwijl de lach op zijn gezicht doorbreekt.

De zondag erna is het Vaderdag. Ik krijg twee cadeautjes van hem die hij voor het eerst van zijn eigen geld had gekocht. Gestegen achting. We zijn allebei blij.

Peter Sneep, pjsneep@gmail.com

advertentie
advertentie