
‘Het Pauperparadijs’ opnieuw in Leusden: ‘We geven mensen die niet gehoord werden een stem’
3 mei 2025 om 09:00 CultuurLEUSDEN Na daverende successen in Veenhuizen en theater Carré in Amsterdam, is theaterspektakel Het Pauperparadijs deze zomer opnieuw te zien in het AFAS Theater Leusden. Het waargebeurde verhaal over armoedige schooiers die te werk werden gesteld in Drenthe spreekt nog steeds tot de verbeelding.
door Rinske Wels
Hoe maak je van arme paupers die begin negentiende eeuw naar Drenthe werden gestuurd om daar ‘heropgevoed’ te worden, nou pakkend theater? Laat dat maar aan regisseur en scenarioschrijver Tom de Ket en schrijfster Suzanna Jansen over.
Een liefdesverhaal tegen de achtergrond van de Drentse armoede in de Koloniën van Weldadigheid. Tel daar een generaal met idealen die botst met een hedendaagse verteller bij op, voeg er een aantal songs aan toe en voilà, je hebt een theaterspektakel dat al zomers lang volle zalen trekt.
ENTHOUSIAST
Dit keer is Leusden aan de beurt, waar de productie overigens al eerder -vorig jaar zomer- op de planken stond. Regisseur Tom de Ket is enthousiast over Leusden en het AFAS-theater. ,,Het leuke is dat we via audities op zoek waren naar amateurs die mee wilden spelen in de voorstelling. Het aantal aanmeldingen was overweldigend, wat een talent zit er in deze regio! We kunnen niet wachten om Het Pauperparadijs hier te laten zien.”
Suzanna Jansen schreef het boek Het Pauperparadijs in 2008, gebaseerd op haar eigen familiegeschiedenis. Ze ontdekte dat haar overgrootmoeder geboren werd in de voormalige Koloniën van Weldadigheid in Drenthe en ging op zoek naar de verhalen.
VEEL ARMOEDE
Jansen: ,,Er was tweehonderd jaar geleden ontzettend veel armoede in Nederland. Ons land was een soort ontwikkelingsland in die tijd, na de oorlogen tegen Napoleon. Toen stond er een generaal op, Johannes van den Bosch -een hele charismatische, daadkrachtige figuur- die dat probleem wilde aanpakken.’’
,,Van den Bosch had een grote ambitie en bouwde met dat doel zeven koloniën in Nederland, waarbij Veenhuizen met drie gestichten de belangrijkste was’’, gaat Jansen verder. ,,Er woonden twee- tot drieduizend mensen per gesticht, arme mensen en weeskinderen. Het idee van Van den Bosch was: we geven ze een beter bestaan en maken ze door heropvoeding ‘fatsoenlijk’, zodat ze niet meer zo arm zouden zijn.”
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
![]()
foto: Ben van Duin
MODERNE IDEEËN
Tom de Ket: ,,Van den Bosch had hier moderne ideeën over, maar zoals dat vaak gaat met enthousiasme: na een aantal jaren zakte dat helemaal in elkaar. De Koloniën bleken niet rendabel. Het idee was dat de bewoners zelfvoorzienend zouden zijn, maar dat lukte niet. Ook de aanvoer van armen stokte. Mensen wilden helemaal niet naar Drenthe, dat was in die tijd het einde van de wereld.”
Jansen: ,,Je moet bedenken dat je vanuit het westen vijf, zes dagen onderweg was. Naar Drenthe betekende zoiets als emigreren. En je kwam in een totaal andere wereld, die je niet kende. Het werd later ook Hollands Siberië genoemd.”
TUCHT EN ORDE
De Ket: ,,Van den Bosch was een militair, dus er heerste tucht en orde. Maar zijn visie was ook: die arme mensen zijn lui en niet te vertrouwen. Niet voor niets moesten ze worden ‘heropgevoed’. En ja, waar zien we dat tegenwoordig nog steeds? Nou, bijvoorbeeld bij de Toeslagenaffaire. Daar is men ook van wantrouwen uitgegaan en kijk wat dat teweeg heeft gebracht.”
Auteur Suzanna Jansen stuitte op de Koloniën van Weldadigheid toen ze de geboorteakte van haar overgrootmoeder opzocht: ,,Het verhaal ging dat zij, geboren als protestant, verliefd werd op een katholiek. Toen ze met hem trouwde, werd ze verstoten en onterfd. Ik kwam erachter dat ze was geboren in één van de gestichten in Veenhuizen. Ik kwam uiteindelijk vier generaties van voorouders tegen die er leefdeb. Twee van die voorouders, Cato Braxhoofden en Teunis Gijben, geboren begin negentiende eeuw, spelen een hoofdrol in de voorstelling.”
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
![]()
foto: Ben van Duin
GEVANGENISDORP
Regisseur Tom de Ket groeide op in de omgeving van Veenhuizen en fietste er als jochie vaak langs. ,,Het was iets mysterieus: een gevangenisdorp, afgesloten van de buitenwereld. De geschiedenis kende ik verder niet. Toen ik het boek van Suzanna las, dacht ik: wat een geweldig verhaal. En bovendien zag ik meteen dat het verhaal ons veel vertelt over het nu. Wie wij zijn, waar we vandaan komen. Ik wist dat ik die verborgen geschiedenis in het theater wilde vertellen.”
Het was voor de makers al snel duidelijk dat er een romance in de voorstelling moest. Dat zijn de betovergrootouders van Suzanna geworden: Teunis en Cato. De Ket: ,,We hebben van Teunis een wees gemaakt, wat hij in werkelijkheid niet was.’’
WEESKINDEREN
,,Maar ik wilde ook graag het verhaal vertellen van Amsterdamse weeskinderen die naar Drenthe werden gestuurd’’, weet De Ket. ,,Terwijl, vaak waren ze helemaal geen wees, maar waren hun ouders te arm om voor hun eigen kind te zorgen.’’
,,Op een nacht is er een razzia gehouden en zijn al die weeskinderen uit Amsterdam naar Drenthe gebracht. Dat is echt gebeurd, moet je je voorstellen: je komt op zondag je kind bezoeken, maar het is weg. En je weet niet waar het heen gebracht is. Dat vond ik een ongelooflijk dramatisch gegeven.”
ZWARTE KEERZIJDE
Daarnaast springt de voorstelling regelmatig naar de huidige tijd. Een hedendaagse verteller gaat in discussie met generaal Van den Bosch en bevraagt zijn idealen. Want zijn goede bedoelingen hadden een zwarte keerzijde.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
![]()
foto: Ben van Duin
De Ket: ,,In één van de liedjes zit de zin: ‘In een utopie stinkt het op het eind de lijkenmeur’. Het pakte niet goed uit: er was te weinig kennis over het boerenvak, er waren te weinig goede werkkrachten. Er was nog steeds armoede en de woonomstandigheden lieten te wensen over. Wat dat betreft is Het Pauperparadijs weleens de Nederlandse Les Misérables genoemd.”
GEVANGENISMUSEUM
Na een aantal zomers in Veenhuizen, op de plek van het Tweede Gesticht, waar nu het Gevangenismuseum gehuisvest is, en in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam, is het tijd om opnieuw het theater in te duiken.
De Ket: ,,In Carré bleek al dat Het Pauperparadijs in het theater net zo goed tot zijn recht kwam als in de open lucht. Het is namelijk geen lokaal, Drents verhaal, maar een verhaal van ons allemaal.”
VOLGENDE GENERATIES
Suzanna Jansen vult aan: ,,Ik ben met een demograaf gaan kijken: er hebben zeker 100.000 mensen in Veenhuizen gezeten in al die jaren, die kwamen uit alle delen van het land. Deze geschiedenis werkt na bij de volgende generaties, minimaal 1 op de 16 Nederlanders heeft een voorouder die in een van de gestichten heeft gezeten.”
De Ket: ,,In feite willen we met dit verhaal ook zeggen: zo veel verschil tussen toen en nu is er niet. De parallellen liggen voor het oprapen: armoede is nog steeds een moeilijk onderwerp, ook politiek. We zijn nog steeds geneigd om neer te kijken op mensen die het niet zelf redden in het leven. Er is nog steeds een enorm gat tussen de beleidsmakers en de mensen over wie het gaat.”
INDRUKWEKKEND SPEKTAKEL
De geschiedenis wordt geschreven door winnaars, door mensen die het voor het zeggen hebben. Er is daarbij meestal weinig oog voor onderdrukten. De Ket: ,,Ook daarom vinden wij Het Pauperparadijs belangrijk: we geven een stem aan mensen die nooit gehoord zijn. We geven de paupers letterlijk een podium. Ik vind het geweldig dat het zo succesvol is.”
Mensen komen geëmotioneerd naar buiten, ze hebben een hele theaterreis meegemaakt
Jansen: ,,Het succes van het boek en de voorstelling heeft me verrast. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat ontzettend veel mensen zich voelen aangesproken door dit verhaal. Mensen die het gevoel herkennen van het stigma: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje.’’
DAVEREND APPLAUS
,,Dat merk ik ook aan de bezoekers, aan het eind is er vaak een daverend applaus. Ik ben een keer vlak voor het einde weggeslopen en heb op een afstandje staan kijken hoe het publiek na de voorstelling vertrok. Er liepen duizend man naar de parkeerplaats, maar het was het doodstil. Het verhaal maakt indruk.”
De Ket: ,,Mensen komen inderdaad vrij geëmotioneerd naar buiten, ze hebben een hele theaterreis meegemaakt. We springen in de tijd en het is een herkenbaar verhaal waar ook veel humor in zit. En natuurlijk speelt de muziek, gecomponeerd door Lavalu, een cruciale rol in de beleving. Het zijn rauwe, lyrische en soms opzwepende popsongs, die je raken.’’
VORMGEVING
,,Daarnaast is de vormgeving groots, dat overweldigt ook. Al die lagen bij elkaar maken dat je voelt dat het eigenlijk gaat over onmacht. Het goede willen doen, maar dat lukt niet en dan toch doorgaan. Het gaat uiteindelijk over het gat in onze ziel.”
Tickets voor de voorstelling zijn vanaf nú verkrijgbaar via: www.afastheater.nl/pauperparadijs
















