
Hongersnood bracht Duitse bezetter en prins Bernhard samen in Achterveld
30 april 2026 om 15:45 HistorieACHTERVELD Tijdens de hongerwinter 1944-1945 ontstond er vooral in het westen van Nederland een enorm gebrek aan voedsel. De Nederlandse regering in Londen vroeg de geallieerden hier iets aan te doen. Omdat de medewerking van de bezetter nodig was, werd op 28 en 30 april een voedselconferentie gehouden in Achterveld. Ook prins Bernhard was hierbij aanwezig.
door Kees Hoogendijk/Nieuwsplein33
Op 25 april stemde de Amerikaanse generaal Eisenhower in met een conferentie. De geallieerde opmars werd voorlopig stopgezet. Aan de onderhandelingen namen de hoogste geallieerde generaals uit de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Rusland en Nederland deel.
Het dorpje Achterveld kwam niet voor niets in beeld voor de voedselconferentie. Het lag pal achter de frontlinies en was niet bezet en niet bevrijd. In haar boek ‘Ondergronds’ schrijft de Leusdense José Huurdeman over hoe het eraan toeging.
WAPENSTILSTAND ONDER STRENGE BEWAKING
Karel van Ginkel was als officier belast met het treffen van de nodige voorbereidingen. Hij moest een stuk niemandsland creëren: zowel Duitsers als geallieerden mochten zich niet in dit gebied bevinden. Van Ginkel was ook verantwoordelijk voor de bewaking. Daarvoor had hij de eenheden van zijn sectie ter beschikking en hij besloot zijn mannen te ontwapenen.
Van Ginkel kon niet garanderen dat zij zich zouden beheersen als zij hun Duitse tegenstanders in levenden lijve zouden ontmoeten. De haat onder zijn mannen tegen de nazi-topmannen was zo groot dat hij het risico te groot vond dat iemand in de verleiding zou komen de trekker over te halen.
Bewapende beveiliging was wel noodzakelijk. Daarvoor schakelde hij een eenheid van de Canadese militaire politie in. Om de voedselconferentie veilig te laten plaatsvinden, moest binnen een bepaald gebied een wapenstilstand tussen de Duitse en Canadese troepen worden afgekondigd. Die ging op zaterdag 28 april om 8.00 uur in en zou duren tot en met 30 april.
GEBLINDDOEKT
De voedselconferentie vond plaats in de St. Josephschool in Achterveld. Naast de school, op het gazon van de Sint-Josephkerk, werden in de dagen ervoor Canadese legertenten opgezet. Hierin werden tijdens de conferentie voor de geallieerden ‘verversingen’ opgediend en door koks bereide schotels. De Duitsers kregen niets.
Op zaterdagmiddag 28 april arriveerden in Canadese legervoertuigen vier Duitse vertegenwoordigers. Vanaf de frontlijn in Hoevelaken werden zij geblinddoekt, ieder apart en bewaakt door een militair, in een jeep naar Achterveld gebracht.
GROOT RISICO
Op 29 april werd gestart met het droppen van voedselpakketten. Die beslissing was vooruitlopend op de conferentie al door generaal Eisenhower genomen. Voor de piloten was het een groot risico. Want ook al was er een bespreking geweest, er was nog niets uitgekomen. De opluchting was dan ook groot toen het luchtafweergeschut stil bleef en de Duitse jachtvliegtuigen aan de grond bleven.
Op 30 april vond de eigenlijke voedselconferentie plaats onder voorzitterschap van de Amerikaanse luitenant-generaal Walter Bedell Smith, stafchef van Eisenhower. De Duitse delegatie stond onder leiding van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Namens Nederland was Prins Bernhard aanwezig.
Prins Bernhard maakte zijn entree in een auto die kort ervoor nog van Seyss-Inquart was, maar in beslag was genomen door het verzet. De prins zorgde ervoor dat de auto pontificaal voor de ingang van de school werd geparkeerd en leunde er zelfs losjes tegenaan, nonchalant een sigaret rokend. Seyss-Inquart was zichtbaar geërgerd toen hij ‘zijn’ Mercedes zag.
BLOEMEN VOOR JULIANA
Het was 30 april en prinses Juliana was jarig. Twee zusjes van zeven en negen jaar oud, Corrie en Marietje Kok, boden onder toeziend oog van hun moeder, prins Bernhard een bos witte en paarse seringen uit eigen tuin aan. Dit ter gelegenheid van Juliana’s verjaardag. Later zou trouwens blijken dat de prins door alle drukte rondom de conferentie de verjaardag van zijn vrouw was vergeten.
Omdat de positie van de Duitsers in West-Nederland uitzichtloos was, drong Bedell Smith aan op een overgave, maar dit stuitte op weerstand. Seyss-Inquart voelde zich niet bevoegd. Het dreigement dat hij persoonlijk verantwoordelijk werd gehouden, schoof hij terzijde onder het motto: ‘Ik ben een Duitser en Duitsers zijn niet bang!’
In het Akkoord van Achterveld werden uiteindelijk details vastgelegd over de aanvoer van voedsel naar de Randstad. Op 1 mei dropten 900 vliegtuigen al eten op tien verschillende plaatsen in de westelijke provincies. De voedseldropping duurde een week.
Het origineel van het Akkoord van Achterveld ligt in een Londens archief. Voor de aanwezige militairen was Achterveld een bijzonder moment. Geen operatie gericht op vernietiging, maar een positieve bijdrage.
![]()
Dit bericht werd eerder gepubliceerd op de website en in de app van Nieuwsplein33.















