Lezing over studentenleven 1575-1812
2 december 2009 om 00:00 NieuwsMartine Zoeteman-van Pelt is historica en als genealoge werkzaam bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag . Daar zoekt ze bij de afdeling Onderzoek en Inlichtingen erfgenamen in opdracht van notarissen die een nalatenschap afhandelen. Deze lezing hangt samen met het onderwerp van haar proefschrift: Leidse studenten 1575-1812, herkomst, afkomst en aanwezigheid in de stad . De basis voor het onderzoek is de CD-rom met daarop alle inschrijvingsregisters van Nederlandse universiteiten, uitgegeven door het CBG. Nadrukkelijk wordt gewezen op de valkuilen van het inschrijvingsregister, ook wel album studiosorum genaamd. Ook de registers van herinschrijvingen en promoties komen aan bod
In haar lezing neemt de spreekster de belangstellenden mee terug in het verleden: naar het studentenleven tussen 1575-1812. In Nederland, of beter: in de noordelijke Nederlanden waren er in die periode vijf universiteiten, namelijk in Franeker, Groningen, Utrecht, Harderwijk en Nijmegen. In deze lezing komen diverse interessante bronnen uit de universiteitsarchieven aan bod, die bij vele genealogen nog onbekend zijn. Begonnen wordt met de belangrijke vraag: hoe achterhaal ik of ik studerende voorouders hebt? We kijken hierbij verder dan alleen aan de oudste universiteit Leiden, dus ook in de rest van het land. Want voor degenen met wortels in het gewest Utrecht, was het vaak logisch om naar de gelijknamige universiteit te gaan. Uiteindelijk bleken er in haar database van Leidse studenten tussen 1575-1812 in totaal 138 Amersfoortse studenten voor te komen.













