Afbeelding
Pixabay
Column

Blokfluit

10 februari 2022 om 11:25 Column

Het was de dag na de kerstvakantie. De kinderen waren eindelijk naar school. Daardoor was het opeens heel erg stil in huis. Heerlijk!

Ik kon weer werken. Dus zette ik vrolijk mijn laptop aan. En toen hoorde ik iets, heel zacht. Ergens verderop in ons rijtje skidakwoningen speelde iemand op een blokfluit. Het was moeilijk om te horen wat hij of zij speelde. Maar dat maakt niet uit. Ik werd er blij van.

Ik schrok ook. Want als ik in ons huis een blokfluit kan horen, dan horen ze mij ook ronken als ik orgel speel. Gelukkig heeft er nog niemand geklaagd.

Even voor de duidelijkheid: ik vind het heerlijk dat mensen in hun huis muziek maken. In het huis pal naast ons speelt de buurman piano en saxofoon. Helaas doet hij het niet zo veel, maar ik vind het altijd gezellig. 

In ons vorige huis in de binnenstad van Amersfoort hadden we een buurman die cello speelde. Ik plaagde hem wel eens door te doen alsof ik zijn gekras erop vreselijk vond, maar hij wist dat ik het een grapje was. We woonden in een appartementengebouw en hij speelde het liefst ’s avonds na tienen. Dat was tegen de huisregels, maar niemand vond dat erg. Op een keer zag ik onze cellofiele buurman (zo noemde ik hem) vanaf de gracht in de richting van ons complex lopen. Ik kon het niet laten. ‘Heb je je cello in de gracht gedumpt?’, vroeg ik hem. ’s Avonds speelde hij gewoon verder, ook uit een boek met muziek die ik had gecomponeerd.

Als ik in ons huis een blokfluit kan horen, dan horen ze mij ook ronken als ik orgel speel. Gelukkig heeft er nog niemand geklaagd

Niet overal waarderen mensen buurmuziek. Mijn schoonzus speelde als tiener klarinet. De buurman ergerde zich wild en belde vaak aan of het kon stoppen. Maar mijn schoonzus speelde door. Ze moest overdag toch kunnen oefenen? Op een keer werd de buurman zo boos, dat hij met tape het knopje van de elektrische deurbel van mijn schoonouders vastplakte.

Het is geven en nemen. Ik woonde ooit in een liftloos flatje tussen de Turken – wat waren dat leuke buren. Ik voelde me wel eens bezwaard, want ik speelde bijna altijd psalmen en gezangen. De flatjes waren zeer gehorig, dus ze moesten me wel horen. Geklaagd daarover hebben ze nooit. Ze vonden het jammer dat ik wegging. De reden daarvoor verbaasde me. ‘Wie moet er nu voor ons spelen als jij weg bent?’, zei één van de buurmannen.

Op de dag van de verhuizing had ik vrienden geregeld om mijn loodzware orgel naar beneden te sjouwen. Eenmaal beneden bleek het apparaat niet in het bestelbusje te passen. Had ik maar blokfluit gespeeld. Een buurman had ons vanaf zijn balkon zien tobben. Hij kwam naar beneden en gaf instructies. ‘Je moet het zo doen: kantelen, draaien, naar links. Dan kan hij erin.’ Hij tilde zelf mee en in een mum stond mijn orgel in het busje.

Tevreden liep de buurman naar binnen. En wat hij zei, vergeet ik nooit. ‘Als er nou toch eens geen Turken waren!’

Peter Sneep, pjsneep@gmail.com.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie