Afbeelding
Foto: Unsplash

Verpakkingsinstructie P650 voor transport van ongevaarlijke diagnostische materialen: wat houdt het in?

26 oktober 2022 om 13:27 Partnercontent

Als bedrijf of praktijk kun je te maken krijgen met diagnostisch materiaal dat vervoerd moet worden, bijvoorbeeld naar een laboratorium. Dit kun je niet zomaar even doen. Daar zijn richtlijnen voor waar je je aan moet houden, bijvoorbeeld met betrekking tot verpakking. Er zijn twee categorieën waarmee gewerkt wordt: A en B. In categorie A vallen infectieuze stoffen die gevaarlijk zijn voor mensen. Voor de meeste gevallen zal dit niet aan de orde zijn en heb je te maken met categorie B. Voor die categorie geldt voor het vervoeren van diagnostisch materiaal verpakkingsinstructie P650. We leggen uit waar je je aan moet houden om daarna te voldoen.

Drie bestandsdelen

De verpakking moet volgens de verpakkingsinstructie sterk genoeg zijn om de schokken en belastingen te doorstaan die tijdens het vervoer kunnen worden ondervonden. Elk verlies van inhoud door vibratie of door veranderingen in temperatuur, vochtigheid of luchtdruk moet worden verhinderd. De verpakking moet uit ten minste drie bestanddelen bestaan, te weten een primaire houder, een secundaire verpakking en een buitenverpakking. Eén van de laatste twee bestandsdelen moet stijf zijn. De primaire houder moet op zodanige wijze verpakt zijn dat deze onder normale vervoersomstandigheden niet kan breken of worden doorboord. Het uittreden van de inhoud in de secundaire verpakking moet wordt vermeden. De secundaire verpakkingen moeten worden vastgezet in buitenverpakkingen met behulp van geschikt opvulmateriaal. Het ruitvormige kenmerk dat aangeeft dat een biologische stof vervoerd wordt moet voldoende groot, zichtbaar en kenbaar op de buitenverpakking aangebracht worden.

Vloeibare en vaste stoffen

Bij het vervoer van vloeibare stoffen moet de primaire houder, bijvoorbeeld een urinecontainer, vloeistofdicht zijn, net als de secundaire verpakking. In een situatie waarin meerdere breekbare primaire houders verpakt worden in een enkele secundaire verpakking, moeten ze afzonderlijk worden omwikkeld om onderlinge aanraking uit te sluiten. Ook zijn absorberende materialen in voldoende mate tussen de primaire houder en secundaire verpakking verplicht om bij het vrijkomen van vloeistof de gehele inhoud te kunnen absorberen, zodat het opvulmateriaal of de buitenverpakking niet aangetast kan worden. De primaire houder of de secundaire verpakking moet in staat zijn om een inwendige druk van 0,95 bar te doorstaan zonder dat er lekkage ontstaat. Bij vaste stoffen moeten de primaire en secundaire verpakking stofdicht zijn en is absorberend materiaal verplicht als niet uitgesloten kan worden dat er sprake is van de aanwezigheid van restvloeistof.

Geconditioneerd transport

Moet het materiaal dat vervoerd wordt op een bepaalde temperatuur gehouden worden? Voor sterk gekoelde of bevroren monsters kan met ijs, droogijs of vloeibare stikstof gewerkt worden. In het geval van ijs moet buiten de secundaire verpakking of in de buitenverpakking ook nog een oververpakking worden aangebracht. Deze óf de buitenverpakking moet vloeistofdicht zijn. Ook moet voor inwendige ondersteuning worden gezorgd om de secundaire verpakkingen in de oorspronkelijke positie te houden. Voor geconditioneerd vervoer kan gebruikgemaakt worden van Tempshells, vormvaste koelelementen die hun vorm behouden in zowel in bevroren als onbevroren conditie.

Het is dus van belang dat de primaire houders die je gebruikt aan de eisen voldoen, wat wil zeggen dat ze stof- en waterdicht zijn en tegen voldoende druk bestand zijn. Ook moet de eindverantwoordelijke voor het verpakken van de te vervoeren materialen goed op de hoogte zijn van deze voorschriften. Uiteindelijk is het in ieders belang dat het materiaal ongeschonden op de bestemming aankomt.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie