
Sjoklá
1 december 2022 om 11:15 ColumnMeestal ga ik naar dezelfde supermarkt, want daar weet je waar alles ligt. Hoewel, na vier jaar Leusden weet ik nog steeds niet alles meteen te vinden. Deze week hebben we op verzoek van mijn tienjarige dochter de boodschappen gedaan bij een andere grootgrutter in de Hamershof. Er is daar een spaaractie voor pluchen dieren en daar is ze dol op.
In huize Sneep circuleert de laatste tijd een nieuwe term: avondlekkers. Het komt erop neer dat we na het avondeten en voor kinderbedtijd nog iets lekkers eten of drinken. Een koek, een blikje cola, een oliebol.
Op zoek naar nieuw avondlekkers kwamen we in het snoeppad van de supermarkt terecht. En daar troffen we twee dames. Ze waren klein van stuk, ze waren goed gekleed en ze droegen warme jassen. Het waren de koudste dagen van deze november. ,,Heb je al wat gekocht?’’ vroeg de ene dame. ,,Ja, ik leg net twee stukken chocola in mijn mandje’’, zei de ander. ‘Ik ben er dol op, vooral van Tony’s Chocolonely’. Wat hun conversatie extra leuk maakte, was hun Zuid-Nederlandse accent, met een zachte g.
Chocola.
Dat verstond ik. Maar in de echo hoorde ik dat de dame dat niet zei. Ze zei geen chocola, ze zei ‘sjoklá’. Ze sloeg dus een lettergreep over. Maar er was nog iets: de k en de l sprak ze heel snel uit en de a kreeg een nadrukkelijk accent, alsof haar mond heel ver openging (maar wat in werkelijkheid niet gebeurde). Ook die a-klank was kort.
Sjoklá!
Ik vond het prachtig! Het klonk een beetje Frans. Dat kan natuurlijk best. Maastricht ligt dichter bij de Nederlands-Franse taalgrens dan Leusden.
Raar is dat, hè? Bij het ene woord laat je een letter weg en het is meteen niet meer leuk
Je hebt meer van die woorden. Ik heb ooit een meneer op de radio het woord periode horen uitspreken als ‘peerjode’. Daarbij maakte hij van de ‘rj’ één klank die enigszins leek op de Gooise r. Het woord werd er opeens heel erg belangrijk door.
Op de havo zat ik bij een jongen in de klas die heel goed piano kon spelen. Toen hij nog maar een paar maanden op het conservatorium zat, noemde hij zijn instrument geen piano meer, maar pjano. Hij sprak de ‘pj’ snel en scherp uit, op z’n Italiaans, zeg maar. Later hoorde ik dat meer pianisten doen, als een vorm van beroepsdeformatie. Niet gek, want piano is een Italiaans woord en het betekent ‘zacht’. En de muziek wemelt van Italiaanse termen: adagio, glissando, diminuendo.
In de kerk Amersfoort hadden we lange tijd een dominee die altijd ‘gloof’ zei, in plaats van geloof. Elke zondag zei hij het weer. Het stond me een beetje tegen en het geloof werd er ook minder aantrekkelijk door, vond ik. Raar is dat, hè? Bij het ene woord laat je een letter weg en het is meteen niet meer leuk. Bij het andere woord wordt het juist extra lekker:
Sjoklá. Heerlijk!
Peter Sneep, pjsneep@gmail.com


















